Een blik achter de schermen

Elke laatste woensdag van de maand schenkt Tutti Fratelli u een blik achter haar schermen. Vandaag blikt Dirk Rypens (52) terug op het festival Spiegels van de Ziel dat afgelopen oktober plaatsvond bij Tutti Fratelli. Hij kijkt ook gretig uit naar Bloemen van een autist, de nieuwe voorstelling die op 7 december in première gaat in De Roma.

Hoe en wanneer ben je bij Tutti Fratelli terechtgekomen?

Een aantal jaren geleden hebben ze mijn schildklieren moeten wegnemen. Bij de operatie hebben ze mijn stemband geraakt. Het gevolg was dat ik serieuze stemproblemen ontwikkelde, maar ik zing heel graag. Budget om een privéles of lessen in een muziekschool te volgen, had ik niet. Bij Tutti Fratelli kon ik wel terecht. Hier binnenkomen was bijzonder. Ik kwam vanuit een sociaal isolement. Het enige wat ik deed was vrijwilligerswerk in Mortsel (Dirk deelt voedselpakketten en kleding uit). Toen ik bij Tutti Fratelli terechtkwam, zat ik plots drie avonden per week tussen 40 à 50 mensen. De klik zat vanaf dag één goed! Ik heb hier al veel vrienden gemaakt. Ik kan hier onnozel doen. Het is hier gewoon plezant. Dankzij Tutti Fratelli begint mijn leven stilletjes aan terug op de rails te geraken. De repetities brengen structuur in mijn tijdsindeling. Hiervoor zat ik alleen maar thuis. De week van het festival was zalig voor mij. Op maandag, dinsdag en woensdag kwam ik repeteren en op donderdag, vrijdag, zaterdag en zondag kwam ik naar het festival. Mijn week zat plots bomvol gebeurtenissen en mijn geheugen liep achteraf over van herinneringen om op terug te kijken. Dat was zó plezant.

Over het festival gesproken. Wat vond je ervan?

De tentoonstelling van en documentaire over Philip Aguirre y Otegui vond ik pakkend en confronterend. Plots zag ik dat je met kunst zoveel waanzinnigs kan bereiken. Dat viel echt binnen. De documentaire (cfr. Théâtre Source) gaat over een wasplaats in een dorp in Kameroen. De wasplaats was voor de lokale bevolking moeilijk te bereiken want het water en de grond waren modderig en alles was er vuil. Philip heeft die wasplaats omgebouwd tot een kunstwerk, een openluchttheater, een gemeenschapsplaats, een plein waar ze trots op konden zijn. Tijdens het festival stond in de gang van Tutti Fratelli een beeld van hem (cfr. Algericas Acoge) dat twee mensen die over elkaar liggen uitbeeldde. Ik dacht eerst dat het een man voorstelde die zijn vrouw een zoen gaf voor hij naar zijn nachtdienst moest vertrekken. Nadien hoorde ik het echte verhaal: de onderste man was een drenkeling, een man op de vlucht van Noord-Afrika naar Spanje. De bovenste man was een politieagent die hem met zijn eigen lichaam toedekte, hij probeerde hem op te warmen. Je moet weten, voor mij is dat allemaal nieuw, “kunst”. Ik heb geen culture achtergrond, ik heb dat nooit van thuis uit meegekregen en ik had er tot nu ook nooit bij stilgestaan. En nu werd ik, elke keer opnieuw, wanneer ik door onze gang liep, geraakt door een beeld. Ik bewonder Philip vooral in dat opzicht: zijn kunst is sociaal en toegankelijk voor iedereen.

En hoe verlopen de repetities van Bloemen van een autist?

Volgens mij wordt Bloemen van een autisteen fantastisch stuk. Het is herkenbaar en ik word vaak geconfronteerd met mezelf, maar er zit ook zoveel humor in. Ik ben wel serieus uit mijn comfortzone moeten komen. Maar bij Tutti Fratelli voel ik me veilig. Ge blijft heel uw leven lang zoeken naar uzelf, naar wie ge zijt. Hier wordt véél gelachen en véél gezwansd maar ik mag wel ten allen tijde mezelf zijn. Ik kijk enorm uit naar de première. Want ik zal daar staan, op de grote podia van De Roma en De Bourla en dat is iets waar niemand mij mee kan uitlachen, dat is iets om superfier op te zijn.