Het cliché dat Tutti Fratelli één grote familie is, is compleet waar

30/01/’19
Elke laatste woensdag van de maand schenkt Tutti Fratelli u een blik achter haar schermen. Vandaag vertellen componisten en muzikaal leiders Anneleen Boehme (29) en Fien Desmet (29) over het (muzikaal) proces van Bloemen van een autist en hun ervaring bij Tutti Fratelli. 

Hoe en wanneer zijn jullie bij Tutti Fratelli terechtgekomen?

A: Vorig jaar via Jan Sobrie (schrijver en regisseur van Bloemen van een autist). We kennen elkaar al een tijdje ondertussen. We hebben al aan meerdere projecten samengewerkt: gaande van een theaterstage in Engeland tot een groot sinterklaasfeest. Toen Jan van Reinhilde (artistiek leider Tutti Fratelli) de vraag kreeg om te schrijven en regisseren bij Tutti Fratelli, wilde hij graag dat we met hem meekwamen.

Hoe verliep het proces van Bloemen van een autist?

A: We hebben al vaak samengewerkt, maar nog nooit aan zo’n lang project. We hadden in het begin eigenlijk totaal geen idee wat ons te wachten stond. We hadden daarbovenop nog nooit gearrangeerd voor orkest. Dus we waren daar wel een beetje bang voor.

F: Maar het was fijn om organisch te werken. We lieten alles ontstaan tijdens de repetities en het eindproduct was er pas toen we in première gingen. Hoewel dat als componist soms ook wel moeilijk was. In het begin zoek je vooral naar concrete dingen. Wij wilden meteen weten wat Jan waar wilde, hoe hij welke scène zag, wat er muzikaal bij kon passen. Wij hebben allebei een vorm van perfectionisme en voelen vaak wat controledrang. Dat is niet problematisch hé, maar we willen het wel gewoon goed doen. Daarbovenop zijn we het gewend om een bepaalde hoeveelheid informatie te hebben waarop we onze muziek kunnen baseren. Dat hele gegeven moesten we loslaten. En daar hebben we zo veel van geleerd. Als mens en als muzikant. Het cliché dat Tutti Fratelli één grote familie is, is trouwens compleet waar.

A: Dat was voor mij soms wel wennen. Want de mensen zijn open en vertellen snel hun verhaal. En ik nam dat altijd mee naar huis. Ik heb moeten leren om dat los te laten en de mensen hun verhaal te laten vertellen maar daar niet meer van wakker te liggen. In het begin was ik meer bezig met hoe iedereen zich voelde dan met muziek te maken voor het stuk. Het was even zoeken om dat evenwicht te vinden.

Wat moeten we ons bij samen componeren voorstellen? Hoe gaat dat in z’n werk met z’n tweeën?

A: Dat gebeurde eigenlijk op drie verschillende manieren. De eerste methode was gevoelsmatig. We kennen elkaar zo goed dat we uit één blik van de ander konden afleiden dat we hetzelfde dachten. De tweede manier was samen de zoektocht aangaan. We pikten er een scène uit en brainstormden over de sfeer en de emotie die de muziek zou kunnen vertolken en begonnen dan samen te componeren. De derde optie was dat we elkaars inspiratie loslieten en apart componeerden. Daarna bekeken we wat we konden laten samenvloeien.

F: We hebben ontdekt dat we voortdurend componeerden op een manier die niet beredeneerd was, maar altijd vertrok vanuit een gevoel of een klein idee. Het eindresultaat is een soundtrack van Matthias zijn hoofd geworden.

Wat is het grappigste dat jullie bij Tutti Fratelli meemaakten?

A: Er is één van de fratelli die zegt: “In het begin vond ik jullie maar niks hé, ik wilde er zelfs mee stoppen. Maar nu is het de max, ik vind jullie de max!” Elke keer wanneer hij de kans krijgt, zegt hij dat. Ik vind dat grappig. Ze weten ons ook altijd te vinden als we ergens optreden of een voorstelling spelen. Ze zoeken dat allemaal zelf op en staan daar elke keer met een paar man. Dat is toch fantastisch. Ik heb hier al zoveel liefde gevoeld. Ik heb veel naar hen geluisterd, maar zij ook zo vaak naar mij. Ik voelde me echt niet iemand die voor “die mensen” moest zorgen. Want zij zorgden omgekeerd soms nog harder voor mij.

Bloemen van een autist ging op 7 december in première in De Roma en speelt op 15, 16 en 17 februari in De Bourla. Daarna nog te zien in CC Binder, Puurs op 2 maart.

Meer weten over Anneleen en Fien?